Presentatie
Beoordeling presentatie
De presentatie wordt beoordeeld door kleine groepen leerlingen (liefst groepen van 5 leerlingen). Gelet wordt op 4 onderdelen:
A. Presentatie
Per onderdeel wordt vastgesteld of de spreker onvoldoende / matig / redelijk / goed scoorde.
Onvoldoende: cijfer 4 of 5, of lager
Matig: cijfer 6 of 6,5
Redelijk goed: cijfer 7 of 7,5
Goed: 8 of hoger
De spreker verlaat het lokaal zolang de leerlingen met elkaar spreken over de beoordeling. De spreker is uiteraard aanwezig als de leerlingen hun commentaar naar voren brengen.
De leerlingen wijzen in hun groepje iemand aan die namens de groep het woord voert en uitlegt hoe de beoordeling tot stand is gekomen. De argumentatie hierbij moet helder zijn. Een beoordeling moet positieve punten bevatten en punten waarop de spreker zich nog nader moet toeleggen om zich bij een volgende gelegenheid te kunnen verbeteren.
Belangrijk is dat de spreker positieve feedback krijgt, dat de kritiek bijdraagt aan verdere verbetering / perfectionering in de toekomst.
De docent beoordeelt op dezelfde manier. Het cijfer van de leerlingen wordt gemiddeld met het docentcijfer, waarbij de clausule geldt dat het docentcijfer dubbel meetelt. Er wordt uiteindelijk dus gemiddeld door 3. Is het verschil tussen het cijfer van de leerlingen en het docentcijfer groter dan 1,5 punt, dan is er iets grondig mis met de beoordeling en geldt (voorlopig) het docentcijfer.